Aggregaat aarden: wanneer moet het en hoe werkt het?

Op bijna elk aggregaat zit een aardklem met een klein symbooltje, maar in de handleiding staat er vaak maar een korte zin over. Moet je je aggregaat aarden of niet? En is het gevaarlijk als je het niet doet?

Het eerlijke antwoord is: dat hangt af van hoe je het aggregaat gebruikt. In dit artikel leggen we uit wat aarding doet, wanneer het nodig is en waar je op moet letten.

Koperen aardpen in de grond met een geelgroene aardkabel naar het frame van een aggregaat

Aggregaat aarden: wat doet aarding eigenlijk?

Aarding is een veiligheidsmaatregel. Als er in een apparaat een fout ontstaat, bijvoorbeeld doordat een beschadigde draad de metalen behuizing raakt, kan die behuizing onder spanning komen te staan. Met een goede aarding vloeit de foutstroom weg via de aardleiding. Daardoor kan een beveiliging, zoals een aardlekschakelaar of automaat, de stroom uitschakelen voordat iemand een schok krijgt.

Thuis is dat allemaal geregeld via je meterkast en de aarding van je woning. Een draagbaar aggregaat is echter een losse stroombron. Of en hoe je het aggregaat aardt, bepaalt dus mede hoe veilig je installatie is.

Twee soorten aggregaten: zwevend of geaard

Om te begrijpen wanneer aarden nodig is, moet je weten hoe je aggregaat is opgebouwd. Grofweg zijn er twee varianten:

Zwevend uitgevoerd (beschermende scheiding)

Veel kleine draagbare aggregaten zijn zo gebouwd dat de opgewekte stroom geen verbinding heeft met het frame of met de aarde. Dat heet een zwevend systeem of beschermende scheiding. Raak je één pool aan, dan is er geen gesloten stroomkring via je lichaam naar de aarde. Bij gebruik van één apparaat direct op het aggregaat biedt dat een zekere bescherming, ook zonder aardpen. Een aardlekschakelaar werkt in zo'n systeem echter niet zoals je gewend bent, omdat er geen foutstroom naar aarde kan lopen.

Geaard uitgevoerd (met N-PE-verbinding)

Bij andere aggregaten, vaak grotere modellen en aggregaten met een ingebouwde aardlekschakelaar, is de nulleider verbonden met het frame en de randaarde. Dat heet een N-PE-brug. Zo'n aggregaat werkt zoals het net thuis: bij een fout loopt er stroom naar aarde en schakelt de aardlekschakelaar af. Dat werkt alleen goed als het aggregaat ook echt goed geaard is.

Welke uitvoering jouw aggregaat heeft, staat in de handleiding of kun je navragen bij de fabrikant of verkoper. Ga hier niet zelf aan sleutelen.

Wanneer moet je een aggregaat aarden?

De exacte eisen hangen af van het type aggregaat, de toepassing en de geldende normen, zoals NEN 1010 voor installaties en NEN 3140 voor het veilig werken met en keuren van elektrische arbeidsmiddelen. Als richtlijn kun je het volgende aanhouden:

SituatieAarden?
Eén apparaat direct op een klein zwevend aggregaatVaak niet vereist; volg de handleiding
Meerdere apparaten of een verdeelkast met aardlekschakelaarJa, aarding en juiste N-PE-configuratie nodig
Aansluiting op de huisinstallatie via een omschakelaarJa, laat dit regelen door een installateur
Bouwplaats, evenement of langdurig gebruik op één plekJa, aardpen en meting gebruikelijk
Aggregaat met ingebouwde aardlekschakelaarJa, anders kan de aardlek niet goed werken

Twijfel je, of gebruik je het aggregaat professioneel, laat de situatie dan altijd beoordelen door een vakkundig installateur. Op de werkvloer geldt bovendien vaak een keuringsplicht voor elektrisch materieel.

Hoe aard je een aggregaat?

Moet je aggregaat geaard worden, dan gebeurt dat meestal met een aardpen. Dit is in hoofdlijnen hoe dat werkt:

  • Aardpen in de grond. Een koperen of verkoperde stalen pen wordt zo diep mogelijk in vochtige grond geslagen. Diepere grond is vaak vochtiger en geleidt beter.
  • Aardkabel. Met een geelgroene aardkabel van voldoende doorsnede verbind je de aardpen met de aardklem van het aggregaat. Houd de kabel zo kort en recht mogelijk.
  • Goede verbindingen. Klemmen moeten stevig vastzitten op blank metaal, zonder verf of roest.
  • Meten. Bij professionele toepassingen wordt de aardverspreidingsweerstand gemeten om te controleren of de aarding goed genoeg is om de beveiliging te laten werken.

Doe altijd eerst een KLIC-melding voordat je in de grond gaat slaan, zodat je weet of er kabels of leidingen liggen. In puin, zand of bevroren grond is een goede aarding soms lastig te halen. Een installateur kan dan bijvoorbeeld meerdere pennen of een andere oplossing toepassen.

Aarding bij aansluiting op je huis

Laat je een aggregaat via een omschakelaar op je meterkast aansluiten, dan moet de aarding van het aggregaat goed samenwerken met de aarding van je woning. Ook moet duidelijk zijn waar de verbinding tussen nul en aarde (de N-PE-brug) zit, want daarvan mag er per stroombron maar één zijn. Dit is specialistisch werk. Meer over de aansluiting lees je in aggregaat aansluiten op de meterkast.

Aarding en de cv-ketel

Een bekend praktijkprobleem: sommige moderne cv-ketels werken niet goed op een zwevend aggregaat. De ketel gebruikt een vlambewakingssysteem dat een referentie naar aarde nodig heeft. Zonder die referentie ziet de ketel de vlam niet en gaat hij in storing, ook al levert het aggregaat netjes 230 volt. Hoe je daarmee omgaat, lees je in ons artikel over een aggregaat voor de cv-ketel.

Veilig werken zonder aardpen

Gebruik je een klein aggregaat op de camping of voor een enkel apparaat? Dan kun je de veiligheid ook op andere manieren verhogen:

  • Gebruik alleen onbeschadigde, rubberen kabels die geschikt zijn voor buiten.
  • Gebruik dubbel geïsoleerde apparaten waar mogelijk.
  • Zet het aggregaat droog en stabiel neer, nooit in de regen of in plassen.
  • Sluit geen meervoudige verdeelstekkers met veel apparaten aan zonder dat je weet hoe de beveiliging werkt.
  • Raak het aggregaat niet aan met natte handen.

Zoek je een aggregaat met ingebouwde beveiligingen? Vergelijk de modellen in onze top 10 stroomgeneratoren en lees in onze koopgids waar je op let.

Veelgemaakte fouten rond aarding

  • Aarden op een hekwerk, paal of leuning. Dat lijkt handig, maar geeft geen betrouwbare verbinding met de aarde.
  • Een te dunne of te lange aardkabel. Gebruik een geelgroene kabel met voldoende doorsnede en houd hem kort.
  • Zelf een N-PE-brug maken of verwijderen. Dit verandert de hele beveiliging van het aggregaat en is werk voor een vakman.
  • Denken dat een aardpen alles oplost. Aarding werkt alleen samen met de juiste beveiliging. Zonder aardlekschakelaar of passende configuratie biedt een aardpen beperkte bescherming.
  • Niet controleren. Verbindingen kunnen loszitten of oxideren. Controleer klemmen en kabels vóór elk gebruik.

Veelgestelde vragen

Waarom zit er een aardklem op mijn aggregaat?

De aardklem is bedoeld om het aggregaat te kunnen aarden wanneer de toepassing dat vereist, bijvoorbeeld bij gebruik met een verdeelkast of aansluiting op een installatie. Of het nodig is in jouw situatie, staat in de handleiding.

Is een aggregaat zonder aarding gevaarlijk?

Dat hangt af van de uitvoering en het gebruik. Een klein zwevend aggregaat met één apparaat is anders dan een aggregaat dat een verdeelkast met aardlekschakelaars voedt. In het tweede geval is een goede aarding essentieel.

Kan ik mijn aggregaat aarden op een waterleiding?

Nee, dat is geen betrouwbare aarde. Waterleidingen bestaan tegenwoordig vaak deels uit kunststof en zijn niet bedoeld als aardelektrode. Gebruik een aardpen of laat een installateur een oplossing kiezen.

Werkt een aardlekschakelaar op een aggregaat?

Alleen als het systeem daarvoor is ingericht, met een N-PE-verbinding en een goede aarding. Op een zwevend aggregaat zonder die verbinding schakelt een aardlekschakelaar bij een eerste fout niet af.

Hoe diep moet een aardpen?

Dat hangt af van de grondsoort en de vereiste aardweerstand. Vaak wordt een pen van ongeveer anderhalve meter of langer gebruikt, maar bij professioneel gebruik wordt de waarde gemeten om zeker te zijn.